Chartaal en giraal geld. Dit moet je ècht weten.

Chartaal en giraal geld.

Weet jij het verschil tussen chartaal en giraal geld? Vast wel, want iedereen heeft tegenwoordig zowel met chartaal geld als met giraal geld te maken. Dat is niet altijd zo geweest.

Chartaal geld.

Chartaal geld is al het tastbare geld in handen van het publiek met uitzondering dat van banken en rijksoverheid (geldscheppende instellingen). Een kenmerk van dit chartale geld is dat je het in je handen kunt pakken. Het is tastbaar. Letterlijk betekent het: wettig betaalmiddel.

Giraal geld.

Het geld van het publiek dat op een betaalrekening staat, noemen ze giraal geld. Kenmerk van giraal geld is dat het direct omgewisseld kan worden voor contanten of overgemaakt kan worden naar een andere bankrekening.

Ontstaan van geld.

Al duizenden jaren speelt geld een belangrijke rol. Niet het geld zoals we nu kennen, maar wel een voorwerp dat gold als betaalmiddel. In die tijd ruilden de mensen spullen om bijvoorbeeld aan eten, drinken en kleding te komen. Als jij goed was in het maken van kleding, ruilde je een kledingstuk tegen een of meer kippen voor het eten. Misschien kon je dan een kip ruilen met iemand tegen graan.

Maar ja, hoeveel kippen was een jas waard? Drie, vier of vijf? Maar wat nu als jij kippen nodig had, maar de ‘kippenboer’ geen jas nodig had? Door dit soort omstandigheden ontstond de behoefte aan een algemeen ruilmiddel dat door iedereen geaccepteerd werd en makkelijk hanteerbaar was. Zo ontstond geld.

Door de jaren heen zijn er veel voorwerpen gebruikt als geld. Zout, vee, thee, maar ook kralen en schelpen.

Belangrijk hierbij was dat het betaalmiddel aan een aantal voorwaarden moest voldoen:

  • Iedereen moet het graag willen hebben.
  • Het moet houdbaar zijn en niet bederven.
  • Het moet klein, licht in gewicht en waardevol zijn.
Kauri schelp als betaalmiddel
De kauri schelp is duizenden jaren als betaalmiddel gebruikt.

Munten als betaalmiddel.

Het allereerste geld dat lijkt op zoals we dit nu kennen, komt uit Turkije. Rond 700 jaar voor Christus werd dit gemaakt in het koninkrijk Lydië. Het waren niet meteen muntjes, maar meer klompjes van goud en zilver. Later werden de klompjes platgeslagen en kregen ze een stempel, omdat dan duidelijk was hoeveel ze waard waren.

Deze klompjes werden door de jaren heen steeds mooier gemaakt en versierd tot het echte munten waren, zoals we die nu ook kennen. Via de Kelten en de Romeinen kwamen de muntjes ook naar De Lage Landen. Zij maakten zelf pas hun eerste munten rond 200 jaar voor Christus.

De eerste munten

Bankbiljetten.

In de middeleeuwen kwam de handel erg op gang en traden personen op als geldwisselaar. Zij wisselden geld voor handelaars om naar meer gewilde en bekende munten, maar namen ook geld in bewaring. Zij beheerden dit veilig en schreven een ontvangstbewijs, een wissel, uit. Deze kon men terug inleveren om het geld terug te krijgen, maar al snel ging men elkaar betalen met deze wissels. Het geld bleef bij de geldwisselaar, maar de eigenaar van het geld veranderde. De wissel werd een betaalmiddel.

Zo ontstonden in Italië in de late middeleeuwen de eerste banken. In het Italiaanse stadje Siena staat de oudste bank ter wereld. Banca Monte dei Paschi. Het hoofdkantoor van deze bank zit altijd nog in het zelfde gebouw.

Om de wissels makkelijker te laten innen en om te zetten naar geld, richtte de banken bijkantoren op in andere steden. De wissel werd de voorloper van het bankbiljet zoals we dit nu kennen. De onderliggende waarden van de wissels bleef in het bezit bij de banken.

Federal Reserve Bank of New York

21e eeuw.

Vanaf de middeleeuwen is er veel gebeurd en geregeld met geld. Het maken van munten en bankbiljetten is wettelijk geregeld. De rol van overheden en banken zijn duidelijk vastgelegd. De dekking van de ‘wissels’ werd goud en dit wordt nog steeds bewaard. Elk land heeft zijn eigen goudreserve en houdt dit aan als dekking voor het uitgegeven geld.

De Nederlandsche Bank (DNB), waarvan de Nederlandse Staat enig aandeelhouder is, beheert de goudvoorraad van Nederland. Wij hebben een goudreserve van 612,5 ton. Hiervan ligt 30% in Amsterdam in een kluis van de DNB. De rest ligt bij bij de Federal Reserve in New York (31,3%), de Bank of Canada in Ottawa (19,8%) en de Bank of England in Londen (18,1%).

Tussen 1992 en 1999 verkocht Nederland 1.100 ton van de goudreserve. 1.100 ton, 1,1 miljoen kilo. Dat is bijna twee maal zoveel als we nu nog hebben.

Ben je benieuwd wat de waarde van onze goudreserve is? Op deze website vind je de actuele koers van goud.

De opmars van giraal geld.

Door de technologische ontwikkelingen is giraal geld niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Tot 1960 kreeg je als werknemer een loonzakje met contant geld en later via een cheque. Nog later kreeg iedere werknemer het een bankrekening waarop het loon gestort werd.

Tegenwoordig vind je op elke hoek een geldautomaat, maar dat is niet altijd zo geweest. De eerste geldautomaat dateert uit 1976 en stond bij de Gemeentegiro in Amsterdam. Pas in de jaren 80 gingen veel andere banken ook overstag en plaatste vele geldautomaten, zoals we die nu kennen, door heel het land.

Bankieren zonder betaalpas is niet meer weg te denken, maar wederom door de technologische ontwikkelingen verandert het snel. Contant geld wordt steeds minder gebruikt, waardoor er nu zelfs geldautomaten verdwijnen. Betalingen gaan via pin, contactloos, creditcards en zelfs via de smartphone.

En het staat niet stil. De ontwikkelingen gaan razendsnel.

PSD2 infographic
bron: De Nederlandse Bank

Met de komst van PSD2 verandert er waarschijnlijk weer meer. PSD2 is de nieuwe Europese wet voor betalingsverkeer. Nieuwe online betaaldiensten en aanbieders komen op de markt waarvan je, als je toestemming geeft, gebruik kunt gaan maken. Wil je meer weten over PSD2 en wat dit voor jou betekent? Op de website van De Nederlandse Bank lees je de ins & outs.

Contant geld versus chartaal en giraal geld.

Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals criminaliteit, de opmars van het online shoppen en door de snelle technologische ontwikkelingen verdwijnt het gebruik van contant geld.

phishing

Op sommige plaatsen kun je zelfs al niet meer contant betalen zoals bijvoorbeeld in parkeergarages. Ook winkeliers geven de voorkeur aan pin betalingen in verband met veiligheid. Geldautomaten verdwijnen uit het straatbeeld omdat ze minder gebruikt worden, maar ook omdat ze doelwit zijn van criminelen.

Criminelen storten zich tegenwoordig ook op het girale geld. Jaren geleden ‘hengelde’ ze overschrijvingskaarten uit de brievenbussen. Tegenwoordig gebeurt dit online. Met handige trucs zoals bijvoorbeeld phishing (online hengelen) proberen ze mensen geld afhandig te maken.

Waar vroeger een bank overvallen werd, stelen cybercriminelen nu het girale geld van bedrijven en consumenten. Want zelfs de banken hebben minder contant geld in hun kantoren.

Negatieve gevolgen.

Het verdwijnen van contant geld heeft ook negatieve gevolgen. Doordat je tegenwoordig erg gemakkelijk elektronisch betaalt, merk je hier niets meer van. In ieder geval niet tot je betaalpas weigert omdat je geld op is.

Het gemak waarmee je betaalt, is een valkuil voor velen. Als je contant geld uitgeeft, voel je dat. Je hebt het geld in je hand en geeft het af. Dat doet pijn. Geld uitgeven moet pijn doen. Als je met je betaalpas betaalt, voel je die pijn niet.

Door dit gemak raken veel mensen in de problemen. Ze hebben geen zicht op hun geld en de uitgaven die ze doen, waardoor het geld op is voordat ze het weten en er nog vaste lasten betaald moeten worden.

NTI Cursussen -  50% korting

Budgetteren en besparen.

Ik heb gemerkt dat voor mij contant geld nog erg belangrijk is. Hiermee houd ik zicht op het geld dat ik nog uit kan geven. Als het op is, is het op. Dan kan ik niets meer kopen.

Bij het budgetteren gebruik ik voor de boodschappen contant geld. Elke maand haal ik een vast bedrag van mijn rekening en verdeel dit over 4 enveloppen. Elke week haal ik voor maximaal dat bedrag boodschappen.

Voorafgaand aan de boodschappen maak ik een weekmenu en weet ik precies wat ik hiervoor in huis moet halen. Ik weet dan ongeveer ook wat dat kost en of ik wel binnen mijn budget blijf.

Contant geld helpt mij echt bij het budgetteren en besparen. Tijdens de cursus Budgetcoach kwam ik erachter dat ik beter kon budgetteren met contant geld, als met het geld op mijn bankrekening. Met de opgedane kennis van de cursus Budgetcoach en mijn eigen ervaringen heb ik grip op mijn geld en kan hierdoor gericht sparen voor mooie reizen. Dit is de afgelopen jaren een passie voor ons geworden. Een droom die uitkomt.

Conclusie.

Je weet nu het verschil tussen chartaal en giraal geld en dat het gebruik van het chartale geld afneemt. Maar toch zal er altijd chartaal geld zijn. Geld bestaat al duizenden jaren en dat blijft zo, maar zoals altijd staan de ontwikkelingen niet stil.

Ik gebruik mijn chartaal geld (contant geld) om te budgetteren en te besparen voor mijn spaardoelen. Mooie reizen maken en genieten van het leven. Dat werkt voor mij (en vele anderen) veel beter dan met giraal geld (geld op mijn betaalrekening).

Wil jij ook grip op je geld en je droomreis maken? Overweeg om ook de cursus Budgetcoach te doen om zo te leren hoe je gezond met je geld om gaat.

Wil je meer weten over budgetteren en besparen? Misschien vind je onderstaande artikelen interessant.

Superhandige tips om geld te besparen op vakantie.

De oorzaken van schulden. Herken ze en voorkom het.

Vakantiepark in Duitsland? Gewoon doen!

Show More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Close